RoofingCalculatorHQ

Regenpijp-Calculator

Regenpijpen dimensioneren op basis van dakoppervlak, helling en regenintensiteit volgens NEN-EN 12056-3 — ronde en vierkante profielen in zink, koper en aluminium.

Regenpijp-Calculator

Vorm regenpijp:
Effectief dakoppervlak
154 m²
Doorsnede
80 cm²
Oppervlak per regenpijp
80 m²
Min. regenpijpen
2
Piekafvoer
3.21 L/s
NEN-EN 12056-3 vuistregel: 1 cm² doorsnede regenpijp per 1 m² effectief dakoppervlak.

Wat deze calculator doet

Deze calculator dimensioneert de verticale regenpijpen die water van de dakgoot naar het maaiveld, het gemeentelijk riool of de infiltratiekoffer leiden. Hij neemt het dakoppervlak, de helling, de regenintensiteit en de gekozen vorm en afmetingen van de regenpijp, en geeft aan hoeveel regenpijpen je nodig hebt en wat de piekafvoer in het systeem zal zijn.

Regenpijp-dimensionering is een aparte berekening van de gootdimensionering: een 125 mm bakgoot die voor een grote vrijstaande woning is gedimensioneerd heeft nog steeds de juiste regenpijpen onder zich nodig, anders ontstaat overstroming op het hoge punt van de goot tijdens een referentiebui.

Hoe te gebruiken

  1. Voer het dakoppervlak in m² in. Geprojecteerd dakoppervlak (platgeprojecteerd), niet het hellend oppervlak — voor zadeldak met twee schilden, lengte × breedte. Voor walmdaken en complexe geometrieën, sommeer het geprojecteerd oppervlak van elk dakschild.
  2. Stel de hellingsfactor in. Standaard 1,10 (≈ 35°, de typische Nederlandse zadeldak-helling). Gebruik 1,00 voor plat dak, 1,05 voor zeer flauwe helling (15–20°), 1,20 voor 40–50°, 1,30 voor steile alpine 60°+.
  3. Voer de regenintensiteit in mm/h in. Standaard 75 mm/h — een veilige uitvoering van de Nederlandse referentiebui (NEN 3215 schrijft 0,03 l/(s·m²) voor, wat overeenkomt met ≈ 108 mm/h). Voor extreme buien (T = 100 jaar) gebruik 130 mm/h. KNMI klimaatdata 2014 toont dat zomerse stortbuien in Nederland 80–120 mm/h kunnen bereiken in een 30-minuten venster.
  4. Kies vorm en afmetingen. Rond DN 80 / DN 100 / DN 120 standaard voor zink en koper. Vierkant 80 × 80 mm en 100 × 100 mm gangbaar in aluminium en bij gestapelde bouw.
  5. Lees het resultaat af. Het grote getal is het minimum aantal benodigde regenpijpen.

De NEN-EN 12056-3 vuistregel

De praktijkregel: 1 cm² regenpijpdoorsnede voert 1 m² effectief dakoppervlak af bij de Nederlandse referentiebui (75 mm/h). Voor extreme zomerse stortbuien (>100 mm/h volgens KNMI klimaatdata) en bij hoogbouw, deel door twee — 1 cm² voert 0,5 m² af.

Voor utiliteitsbouw en gestapelde woningbouw is de volledige NEN-EN 12056-3 berekening verplicht volgens Bbl 2024 met aantekening van de constructeur.

Gangbare regenpijp-formaten in Nederland en capaciteiten

MaatDoorsnedeVoert af tot (referentiebui 75 mm/h)
DN 60 rond zink28 cm²28 m²
DN 80 rond zink50 cm²50 m²
DN 100 rond zink78 cm²78 m²
DN 120 rond zink113 cm²113 m²
DN 80 rond koper50 cm²50 m²
DN 100 rond koper78 cm²78 m²
80 × 80 mm vierkant aluminium64 cm²64 m²
100 × 100 mm vierkant aluminium100 cm²100 m²
DN 100 rond PVC technisch78 cm²78 m²

Koppeling regenpijp aan dakgoot

Standaardkoppelingen NEN-EN 612 en SBR-Referentiedetails Hellende Daken:

  • Bakgoot 100 mm met regenpijp DN 80 — voert tot 50 m² per regenpijp af.
  • Bakgoot 125 mm met regenpijp DN 100 — voert tot 78 m² per regenpijp af.
  • Bakgoot 150 mm met regenpijp DN 120 — voert tot 113 m² per regenpijp af.
  • Mastgoot of ornamentgoot voor monumentaal pand met koperen ronde regenpijp DN 100 — de oorspronkelijke specificatie.
  • Vierkante zichtgoot (moderne architectuur) met 100 × 100 mm vierkant aluminium regenpijp.

Wanneer een maat groter

Vergroot de doorsnede of voeg een regenpijp toe als één van de voorwaarden zich voordoet:

  • Geconcentreerde keepkilen. Een keepkil voert het water van twee dakschilden in een korte gootlengte — plaats een regenpijp direct aan het einde van de keepkil.
  • Lange enkele afschotloop. Boven de 12 m goot met enkele afschot ziet het hoge punt staand water tijdens hevige neerslag.
  • Steile hellingen > 45°. De windgedreven regen-factor stijgt non-lineair boven 45° — pas 1,20 tot 1,30 toe.
  • Stortbuien-hotspots. Volgens KNMI klimaatatlas zijn de Veluwe en Utrechtse Heuvelrug, Twente en Limburg gevoelig voor extreme zomerse stortbuien — gebruik 100–130 mm/h in de berekening.
  • Staand-naad metalen dakbedekking of gegolfde tegels. Lozen sneller dan keramische dakpannen of leien — voeg 10–15 % toe aan de berekende piekafvoer.
  • Dakkapel of erkerdak. Een dakkapelzij die in de hoofdgoot loost concentreert de afvoer bij de dakkapelhoek — ofwel een speciale hoek-regenpijp installeren, ofwel de hoofdgoot een maat groter kiezen.

Lozing en afvoeren in Nederland

Drie hoofdopties volgens gemeentelijk rioolverordening en bestemmingsplan:

  • Gemeentelijk hemelwaterriool gescheiden. Standaard in nieuwbouwwijken sinds 1995. Aansluiting op de straatzijde via aansluitleiding van de aansluiter (gemeente of bewoner afhankelijk van gemeente).
  • Gemengd riool. Aanwezig in binnenstedelijk gebied (Amsterdam Centrum, Utrecht binnenstad, Den Haag Centrum, Rotterdam Centrum, Eindhoven Centrum, Groningen Centrum). Waterschappen en gemeenten dwingen geleidelijk afkoppeling af bij grote renovaties.
  • Infiltratie op het perceel. Geprefereerd door waterschappen via de watertoets in bestemmingsplannen. Infiltratiekoffer, grindkoffer, wadi of regentuin. Dimensionering volgens Stowa kennisbank: 60 mm T=10 jaar opvang per 100 m² ondoorlatend oppervlak (≈ 6 m³); ten minste 5 m van gebouw en 2 m van perceelsgrens; doorlatendheidsmeting k-waarde.
  • Lozing op oppervlaktewater. Watervergunning Waterschap (Hoogheemraadschap of Waterschap). Relatief eenvoudig te krijgen voor schoon hemelwater van schone daken — geen zinken of loden dakbedekking, want diffuus uitlogen draagt zink/lood bij aan oppervlaktewater (Waterwet, KRW).
  • Hemelwateropvang. Bovengrondse of ondergrondse tank 2.000–5.000 L voor eengezinswoning. Gebruik voor toiletspoeling, wasmachine en tuinberegening toegestaan volgens NEN 1006. Energiebespaarlening SVn en gemeentelijke duurzaamheidssubsidies (Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Eindhoven) cofinancieren in sommige gevallen.

Veelvoorkomende randgevallen

Twee-laagse woning zonder dakgoot op eerste verdieping. Combineer de boven- en onder-dakoppervlakken voor de regenpijp-telling van de begane grond. Betere oplossing: tussenliggende dakgoot via overgangsstuk in de onderliggende dakgoot.

Rijtjeswoning met brandwand-tussenwand. De brandwand onderbreekt de gootcontinuïteit — elke woning heeft eigen regenpijpen. Bij collectieve verzamelgoot in achtergevel/gevel-binnentuin: brandscheiding-doorvoering volgens NEN 6068 / EN 13501.

Rijksmonument of gemeentelijk monument. Koperen ronde regenpijp DN 80 of DN 100 is de oorspronkelijke specificatie. Materiaal-gelijke vervanging is vereist door RCE / Erfgoedinspectie / gemeente-erfgoedambtenaar — PVC en vierkante profielen worden vrijwel altijd geweigerd. Producenten: KME (koper), VMZINC en Rheinzink (zink).

BENG-nieuwbouw of NOM-renovatie. Het luchtdichtheidsdetail bij de gootbak (qv;10 ≤ 0,4 dm³/s·m² volgens Bbl 2024) moet gecoördineerd worden met de regenpijp-uitloop — Pro Clima TESCON Vana of SIGA Wigluv tape over het gootbakprofiel onder de aanvang van de regenpijp. Aluminium is gemakkelijker te detailleren dan zink op dit niveau.

BTW 9% verlaagd tarief sinds 2025. Voor renovatie- en verbouwingsdiensten aan woningen ouder dan 2 jaar geldt sinds 1 januari 2025 het verlaagde 9% BTW-tarief. Vermeld dit op de offerte van de loodgieter / dakwerker — het scheelt 12 % op de loonkosten ten opzichte van het standaardtarief van 21%.

Referentienormen (Nederland)

  • NEN-EN 12056-3:2001 — Vrij verval afvoersysteem binnen gebouwen Deel 3: Hemelwaterafvoer, ontwerp en berekening.
  • NEN-EN 12056-1:2001 — Deel 1: Algemene en functionele eisen.
  • NEN-EN 612 — Mast- en bakgoten met versterkte voorkant en hemelwaterafvoerpijpen, van metalen plaat.
  • NEN 3215 — Binnenriolering en hemelwaterafvoer.
  • NEN 1006 — Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties.
  • NEN 6068 — Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten.
  • Bbl 2024 — Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen Bouwbesluit 2012).
  • Wkb 2024 — Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (10-jarige aansprakelijkheid).
  • Erfgoedwet 2016 — Voor rijksmonumenten en beschermde stadsgezichten.
  • Bijlage II Bor — Vergunningvrij bouwen onder voorwaarden (≤ 25 m² uitbouwen).
  • SBR-Referentiedetails Hellende Daken 2024 — Standaard-detaillering hellende daken.
  • Stowa kennisbank infiltratie — Dimensionering infiltratievoorzieningen.
  • Waterwet en KRW — Lozingseisen op oppervlaktewater.
  • KNMI klimaatatlas 2014 — Klimaatscenario’s en piekneerslag.
  • Watertoets via Bestemmingsplan — Waterschap-toets voor nieuwbouw en renovatie.
  • BMI Wienerberger Koramic / Monier / Nelskamp / Klöber Nederland / KME / VMZINC / Rheinzink / Loro-X — Producenten van dakgoten, regenpijpen, raccords en speciaalstukken.

Gerelateerde calculators

Bronnen: NEN-EN 12056-3:2001 Hemelwaterafvoer; NEN-EN 612; NEN 3215 Binnenriolering en hemelwaterafvoer; NEN 1006; NEN 6068; Bbl 2024 (voorheen Bouwbesluit 2012); Wkb 2024; Erfgoedwet 2016; SBR-Referentiedetails Hellende Daken 2024; Stowa kennisbank infiltratie; Waterwet en KRW; KNMI klimaatatlas 2014; installatiehandleidingen BMI Wienerberger Koramic / Monier / Nelskamp / Klöber Nederland / KME / VMZINC / Rheinzink / Loro-X.

Veelgestelde vragen

Hoeveel regenpijpen heb ik nodig voor 140 m² dakoppervlak?
Pas de NEN-EN 12056-3 vuistregel toe — 1 cm² regenpijpdoorsnede per 1 m² effectief dakoppervlak. Een dak met 35° helling heeft een hellingsfactor van ongeveer 1,10, dus 140 m² geprojecteerd dakoppervlak wordt 154 m² effectief. Een standaard zinken regenpijp DN 100 (doorsnede π × 50² = 7.854 mm² = 78,5 cm²) voert 78 m² per pijp af, dus je hebt boven(154 / 78,5) = 2 regenpijpen nodig. De typische Nederlandse rijtjeswoning is zo ontworpen: één regenpijp aan elke achtergevelhoek, aangesloten op het gemeentelijk hemelwaterriool (in nieuwbouwwijken sinds 1995) of op het gemengd riool (in oudere binnenstedelijke wijken van Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Rotterdam).
Welke regenpijpdiameter past bij welke dakgoot?
Standaardparen volgens NEN-EN 612 en SBR-Referentiedetails Hellende Daken: bakgoot 100 mm met regenpijp DN 80 — voert tot 50 m² af. Bakgoot 125 mm met regenpijp DN 100 — voert tot 78 m² af. Bakgoot 150 mm met regenpijp DN 120 — voert tot 113 m² af. Mastgoot of ornamentgoot voor monumentaal pand (Erfgoedwet 2016) met koperen ronde regenpijp DN 100 — de oorspronkelijke specificatie voor Amsterdamse grachtenpanden, Haagse jaren-30-villa's en Utrechtse jugendstil. Producenten: BMI Wienerberger Koramic, Monier, Nelskamp, Klöber Nederland. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten staan alleen ronde koperen of zinken pijpen toe — PVC en vierkante profielen worden door RCE en Erfgoedinspectie geweigerd.
Ronde of vierkante regenpijp — wat moet ik kiezen?
Hydraulisch gelijkwaardig bij dezelfde doorsnede. Rond is de standaard voor zink en koper, vierkant is gangbaar in aluminium en bij hoogbouw waar de regenpijp in een schacht is weggewerkt. In monumentale binnenstad en bij rijksmonumenten zijn alleen ronde regenpijpen in zink of koper toegestaan — RCE keurt vierkante profielen en PVC vrijwel altijd af. Voor Bbl 2024 nieuwbouw met BENG-eis (qv;10 ≤ 0,4 dm³/s·m²) wint aluminium aan populariteit omdat het lichter is en het luchtdichtheidsdetail bij de gootbak eenvoudiger uit te voeren is met Klöber Aludach overgangsstukken.
Wat is de NEN-EN 12056-3 methode voor regenpijp-dimensionering?
NEN-EN 12056-3:2001 specificeert de rationele berekening voor afvoer onder zwaartekracht uit gebouwen. De volledige berekening is Q = (C × i × A) / 60.000 in liter per seconde, waarbij C de runoff-coëfficiënt is (1,0 voor ondoorlatend dak), i de regenintensiteit in mm/min en A het effectieve dakoppervlak in m². De vuistregel die uit de Nederlandse referentiebui (uniform 0,03 l/(s·m²) ≈ 108 mm/h volgens NEN 3215 nationale annex) valt is 1 cm² regenpijpdoorsnede per 1 m² effectief dakoppervlak. De volledige NEN-EN 12056-3 berekening is verplicht voor utiliteitsbouw en gestapelde woningbouw volgens Bbl 2024; voor eengezinswoning volstaat de vuistregel.
Waar moeten regenpijpen op de dakgoot worden geplaatst?
Twee principes: nooit langer dan 12 m goot met enkele afschot zonder regenpijp, en plaats regenpijpen aan de uiteinden — niet in het midden — bij walmgoot of tegenover elkaar geplaatste goten. Voor een typische 12 m goot met enkele afschot op een rijtjeswoning is één regenpijp aan de lage hoek voldoende. Voor goten van 15 m+ op vrijstaande villa's werken twee regenpijpen — één aan elke uiteinde — beter dan één in het midden. Plaats regenpijpen waar mogelijk naast de standleidingen op de achtergevel — dat vereenvoudigt de aansluiting op het gemengd riool of hemelwaterriool.
Waar mogen regenpijpen op afvoeren in Nederland?
Drie opties volgens gemeentelijk rioolverordening en bestemmingsplan: gemeentelijk hemelwaterriool gescheiden (standaard in nieuwbouwwijken sinds 1995), gemengd riool (in binnenstedelijk gebied — Amsterdam Centrum, Utrecht binnenstad, Den Haag Centrum, Rotterdam Centrum), of infiltratie op het perceel. Infiltratie is geprefereerd door waterschappen en gemeenten via de waterparagraaf in het bestemmingsplan: infiltratiekoffer, grindkoffer, wadi of regentuin. Dimensionering volgens kennisbank Stowa: 60 mm bui T=10 jaar opvang per 100 m² ondoorlatend oppervlak (≈ 6 m³); ten minste 5 m van het gebouw en 2 m van perceelsgrens; doorlatendheidsmeting (k-waarde) op het perceel. Direct lozen op oppervlaktewater (sloot, kanaal) vraagt watervergunning Waterschap (Hoogheemraadschap of Waterschap) — relatief gemakkelijk te krijgen voor schoon hemelwater van schone daken (geen zinken/loden bedekking).
Hoe handel je een twee-laagse woning zonder dakgoot op de eerste verdieping af?
Het bovendak loost direct op het onderdak, dus de regenpijpen op de begane grond moeten worden gedimensioneerd voor het gecombineerd dakoppervlak (boven + onder). Voor een bovendak van 80 m² dat afwatert op een onderdak van 100 m² met 35° helling, is het gecombineerd effectief dakoppervlak (80 + 100) × 1,10 = 198 m². Twee DN 100 regenpijpen (78 cm² elk, voeren elk 78 m² af) volstaan niet met 156 m² — er moeten drie regenpijpen komen of opschalen naar DN 120. Betere oplossing: een kleine tussenliggende dakgoot toevoegen die het bovendak opvangt en via een overgangsstuk afvoert naar de onderliggende dakgoot. Veel oudere Nederlandse woningen hebben deze constructie achteraf gekregen omdat de oorspronkelijke jaren-30 configuratie voor moderne piekneerslag te krap was.
Zijn regenpijpdoorsnedes voorgeschreven door Nederlands bouwrecht?
Ja — NEN-EN 12056-3 wordt door Bbl 2024 (Besluit bouwwerken leefomgeving, voorheen Bouwbesluit 2012) hoofdstuk 5 als geharmoniseerde norm aangewezen voor hemelwaterafvoer. NEN 3215 'Binnenriolering en hemelwaterafvoer' is de Nederlandse nationale annex met de uniforme referentiebui 0,03 l/(s·m²). SBR-Referentiedetails Hellende Daken 2024 toont de gangbare detaillering. Voor utiliteitsbouw en gestapelde woningbouw vereist Bbl 2024 berekening met aantekening van de constructeur in het bouwdossier. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten dicteert de Erfgoedwet 2016 (en de RCE / gemeente-erfgoedambtenaar) profiel en materiaal — typisch koperen of zinken ronde regenpijp, nooit PVC of vierkant.

Gerelateerde calculators